Posts tonen met het label Pfeiffer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pfeiffer. Alle posts tonen

woensdag 23 november 2011

'We zijn allemaal wel eens moe': over ziekte en onbegrip.

In mijn eerder blog heb ik beschreven wat ik voor diagnoses ik heb gekregen, hoe ik de afgelopen jaren vast ben gelopen en hoe ik in onverwachte hoek een diagnose én behandeling vond en hoe die aanslaan. Ik ben nog steeds herstellende en ik leer ontzettend veel over ziek en gezond zijn, over verschillende geneeswijzen, over voeding, over E-nummers en vaccins, over van alles... Dat is fantastisch en daar schrijf ik graag over.

Toch is er een klein zeurend stemmetje dat ook graag aan het woord zou komen. Een stemmetje dat verdrietig, boos, gekrenkt en machteloos is. Vandaag wil ik dat stemmetje in dit blog laten spreken. Omdat het dat wel verdient, en omdat ik denk dat veel mensen ook zo'n stemmetje hebben en omdat dat stemmetje eigenlijk ook best wel recht heeft om gehoord te worden, ook al duwen we dit stemmetje graag naar de achtergrond omdat het zeurt en klaagt (misschien zelfs wel terecht) en daar houden we niet van. Toch gaat dit stemmetje niet zomaar weg. Sterker nog, er was een moment dat het zich luidkeels liet horen.

Dat was het moment dat ik de slaappoli uitliep met de diagnose DSPS, een slaapstoornis, die ik al 20 jaar heb, die slaapstoornis heeft samen met een voedselallergie gezorgd voor een verminderde weerstand waardoor ik vatbaar werd voor virussen, die resulteerde in CVS. Eindelijk snapte ik het grotere plaatje. Eindelijk wist ik dat ik op de goede weg zat. En eindelijk, eindelijk begrip! Een week later had ik een hoorzitting bij het UWV. Na twee jaar ziektewet bekijkt men je situatie opnieuw en besluit of je WW of WIA toegekend krijgt. Ik kreeg WW en daar heb ik bezwaar tegen aangetekend. Ik kreeg een dossier toegestuurd met alle gegevens die men die afgelopen twee jaar verzameld hadden toegestuurd. Een stapel papier van 4 cm. dik. Om de hoorzitting voor te bereiden nam ik al deze stukken opnieuw door, maar nu met het verschil dat ik wist wat mij scheelde. Ik had de uitslagen van de slaappoli zwart op wit. Ik zal je eerlijk zeggen, de tranen stroomden over mijn wangen toen ik dit dossier doornam: alle ellende van die afgelopen twee jaar kwamen terug. Het gesprek met de eerste bedrijfsarts via het werk, die ronduit vernederend deed. De gesprekken op mijn werk, toen ze besloten mijn contract niet te verlengen, de maatschappelijk werkster die ik die tijd verplicht had vanuit mijn werk. Het reintegratietraject, waar ik niets mee kon, omdat ik nog veel te moe was om te werken. Al die keren dat ik voor mezelf op moest komen, terwijl ik zo weinig energie had. Wat heb ik ontzettend moeten knokken die twee jaar. Maar nu heb ik een diagnose en ik heb de hoorzitting gewonnen.

Het is dubbel. Je bent blij dat je nu een diagnose hebt en er weer licht aan de horizon gloort. En toch kwam er ook een stukje in mij in opstand. Wat ontzettend jammer dat geen van de huisartsen, geen van de bedrijfsartsen, geen therapeut ooit heeft gezegd: dat slaappatroon van jou dat klopt niet, is er niet wat meer aan de hand? Wat jammer dat die slaapstoornis zo weinig bekendheid heeft. Wat jammer dat ik deze diagnose niet 10 jaar eerder heb gekregen. Wat jammer dat ik 10 jaar lang te horen heb gekregen dat er geen lichamelijke oorzaak was, dus dat het wel psychisch zou zijn. En wat jammer dat het CVScentrum in Amsterdam mij niet doorverwezen heeft naar de MEpoli in Ede. Blijkbaar zijn er in Nederland verschillende CVS centra die elk hun eigen specialisatiegebied hebben. Het CVS-centrum in Amsterdam heeft mij de diagnose CVS gegeven, maar hun behandeling met Carnitene sloeg niet aan. Waarom hebben ze na de intake waar mijn slaappatroon uitgebreid besproken was, niet gezegd dit verder te laten onderzoeken. Hierdoor dacht ik dat het slaappatroon gevolg was van CVS. Nu weet ik dat het de oorzaak kan zijn.

Nu ik dan eindelijk een antwoord had op al mijn vragen en ik een nieuw level had behaald in mijn zoektocht en mogelijk herstel, had ik blijbaar eindelijk wat ruimte om toe te komen aan deze emoties. Zie het als een soort moeheid die er pas uitkomt op het moment dat je vakantie hebt. Zolang je werkt voel je hem niet, maar zodra je kunt ontspannen, dan slaat het ineens toe. Pas dan voel je hoe hard je gewerkt hebt en hoe je toe was aan vakantie.

Twee jaar geleden kreeg ik griep en herstelde niet. Dit klonk als een postvirale aandoening. Ik ging keihard in verzet als men wederom met het het-zal-wel-psychisch-zijn verhaal kwam. Standaard stond in elk verslag van de bedrijfsarts: psychische klachten. Toen ik eens vroeg waar ze dat op baseerden, kreeg ik het antwoord: O iedereen die langdurig thuis komt te zitten, krijgt daar vroeg of laat mee te maken. Nah... Leuk vooruitzicht... Helaas bleef het niet bij het UWV. Ook mijn omgeving had een mening. Vrienden die vroegen: 'weet je zeker dat het niet psychisch is?', 'ik vind het niet normaal dat je zo weinig kan' (nee klopt, dat is ook niet normaal, anders zou ik niet in de ziektewet zitten), 'je moet gewoon doorzetten' (juist, dat is precies waarom ik nu ook een burn-out heb!) 'Dat slaappatroon is gebrek aan discipline'. 'Meer daglicht zou je goeddoen'. Een mede-DSPS-patiënt omschreef het zo:

By far the worst part of DSPS is the societal stigma around it. Obviously, most people (even doctors) have never heard of it. It only affects 0.17% of the population. And most people when you tell them about it think it’s bullshit or that you’re lazy/making excuses.
“It’s just a habit you have to get into.”
“I find exercise/light reading helps me.”
“You just have to give up caffeine.”
Yes, I tried all these things and all of them help me fall asleep faster: at 3AM. That’s just what my body considers it’s normal bed time.
It can be frustrating at times because people make suggestions about it that come across as patronizing. Sometimes you just want to scream “duh! this has been messing with my life every day for the last 10 years, don’t you think I would have tried not drinking caffeine and saved myself the trouble 10 years ago!!!”

en de meestgehoorde dooddoener: 'we zijn allemaal wel eens moe'. Ook dat klopt vast: we zijn allemaal wel eens moe, maar dan wel na buitengewone inspanning, en wanneer we rust nemen herstellen we weer. Ik was niet moe, ik was uitgeput, ik was door al mijn reserves heen.
Kan ik het mijn omgeving kwalijk nemen dat zij dit niet begrijpen? Nee, waarschijnlijk niet. Het is denk ik mens-eigen om situaties vanuit een eigen subjectief referentiekader te bekijken en in het subjectief referentiekader van een gezond iemand is moe waarschijnlijk geen onoverkomelijk probleem. Wel even lastig natuurlijk, maar iedereen is wel eens moe. Zo niet in het subjectieve referentiekader van iemand met CVS/Pfeiffer/DSPS/burn-out...
Mag ik daar verdrietig, boos en gekwetst over zijn? Ja, want hoe het ook zij, het is pijnlijk al dat onbegrip, ook al heb ik mijn eigen moe zijn zelf ook jaren niet begrepen. Alleen wist ik wel heel zeker dat ik me niet aanstelde.
Gelukkig heb ik een paar bijzondere mensen in mijn vriendenkring die buiten hun eigen kader konden kijken. Die zeiden: als jij voelt dat het niet gaat, dan gaat het niet. Klaar! En ook al vinden ze dat zelf normaal, ik vind dat een prachtige eigenschap en ik koester deze vriendschappen.

Wat kun je er aan doen? Weinig. Wat ik erover kan zeggen is dat ik ook iets van trots voelde toen ik dat dikke dossier doornam. Alles wat ik als onrechtvaardig beschouwde heb ik aangevochten. Het plan van aanpak van de bedrijfsarts wat bol stond van de fouten, ik schreef een brief en kreeg een aangepaste versie. Die klacht die ik had ingediend bij het UWV en waar ik nooit wat van had teruggehoord, het rapport van de behandeling van die klacht zat wel in mijn dossier. Toch goed om anderhalf jaar na data te lezen dat je in je gelijk wordt gesteld. Ook al is het het laatste waar je op zit te wachten als ze energetisch aan de grond zit, ik heb het als heel waardevol ervaren om voor mezelf te gaan staan en te zorgen dat mijn situatie op zijn minst correct werd weergegeven. Wanneer je later diagnoses krijgt die dit allemaal onderstrepen, voelt dat heel goed.
Daarnaast heb ik ontdekt dat het belangrijk is om te blijven communiceren hoe het met je gaat, wat je wel en niet kunt, in welke dingen je herstel ziet. Wat je ontdekt aan nieuwe diagnoses.
Ik merkte dat ik het heel moeilijk vond als mijn omgeving mij overschatte. Ach dat kan je best! Nee dat kan ik niet. Dat is moeilijk om aan te geven en je voelt je niet helemaal serieus genomen in je klachten. Aan de andere kant merkte ik dat ik het ook heel slecht trok als mijn omgeving mij onderschatte. Ik wilde ook zeker niet 'dat arme schaap' zijn. Als anderen dan zeiden dat is te veel voor jou, terwijl ik dacht dat ik dat heus wel aankon, voelde dat ook niet goed. Dit is heel lastig want je omgeving doet het dan in jouw ogen al heel snel 'fout'. Je wilt op waarde geschat worden, precies op dat wat je op dat moment wel kunt en niet kunt. En aangezien dat iets is wat je zelf amper in kunt schatten, wat per dag en soms zelfs per dagdeel kan verschillen, wat in periode van herstel ook erg aan verandering onderhevig is, dan is dat heel, heel lastig. Het enige wat je hier aan kunt doen is erover blijven praten, je eigen grenzen accepteren. Herstel gaat heel langzaam, met ups en downs, soms heb je het zelf niet eens meer door dat je langzamerhand steeds meer doet en kan. En dan zijn het gelukkig diezelfde mensen in je omgeving die je daar op wijzen. Je kan al zoveel meer als vorige maand!




zaterdag 29 oktober 2011

Herkenbaar

Soms lees je een tijdschrift waarin een ingekort fragment staat uit een brief van een lezeres. Ditmaal ging het over een vrouw die CVS had en hier veel vrienden door was verloren. Dan zucht ik weer eens diep en denk ik: waarom is er toch zoveel onwetendheid over vermoeidheid, zo weinig begrip? Ook de reguliere geneeskunst is naar mijn mening erg beperkt op dit gebied. Optie 1: bloed prikken, optie 2: psycholoog. Geen wonder dat steeds meer patiënten uitwijken naar de alternatieve geneeswijzen, die nog zoveel meer mogelijke oorzaken onderzoeken, erkennen en ook nog eens kunnen behandelen. Daarnaast neemt een alternatief genezer veel meer tijd voor je en is het probleem pas opgelost als je klachten zijn verdwenen en niet op het moment dat een arts niets kan vinden en aangeeft 'dat-het-dan-wel-psychisch-zal-zijn'. Vorige week kreeg ik onderstaand verhaal toegemaild. Bij deze wil ik de schrijfster bedanken, dat ik haar persoonlijke verhaal op mijn blog mag plaatsen.

Een moeilijk jaar

Ik was moe. Altijd moe. Ik was zo moe dat ik niet eens meer door had dat ik moe was. Moe zijn was mijn normale staat van zijn. Wanneer ik ’s morgens wakker werd dan dacht ik: oh nee, hoe kom ik deze dag weer door. Overdag ging het redelijk maar na 18.00 was de energie op gebruikt. Dan kwam de ‘man met de hamer’. ’s Avonds lag ik vaak om 21.00 uur in bed. Om vervolgens slecht te slapen en weer moe op te staan. Het werd het steeds erger. Als vrouw van 30 jaar en moeder van 2 kleine kinderen is dat heel lastig, je moet steeds maar doorgaan. Je kunt niet tegen je dochter van 4 zeggen; sorry maar mama is vandaag moe, breng jezelf maar naar school. Het gekke is dat  ik het zelf niet echt doorhad. Ik wist wel dat ik minder energie had dan andere mensen van mijn leeftijd maar het was nog wel te doen. Ik dacht, dat hoort erbij. Toen mijn zoontje een maand of 3 was was ik ook vreselijk moe. Ik kan me nog herinneren dat ik kraamvisite had en dat ik zat te huilen op de bank met een baby aan de borst, zo moe was ik. Maar ook in dat geval was het gemakkelijk om te zeggen; dat hoort erbij met een baby, gebroken nachten en borstvoeding. Logisch dat je moe bent. Op een gegeven moment ben ik naar de huisarts gegaan omdat ik al een paar weken opgezette lymfeklieren in mijn hals had. Er werd eerst bloed onderzocht omdat het erop leek dat ik de ziekte van Pfeiffer had. Ik bleek wel antistoffen te hebben maar het virus was niet meer actief. Ik had het waarschijnlijk ergens in de afgelopen 3 maanden gehad. De vermoeidheid kwam dus niet alleen door de gebroken nachten. Ik had in die periode blijkbaar Pfeiffer gehad zonder dat ik het wist. De Pfeiffer was echter niet meer actief en ik zou me wel snel beter gaan voelen. De verwachting was ook dat de lymfeklieren weer zouden slinken. Een paar weken later ben ik weer naar de huisarts gegaan omdat de lymfeklieren nog steeds gezwollen waren, met name 1 klier net boven mijn sleutelbeen. Bovendien bleef ik moe. De huisarts stuurde me direct door naar de internist. Deze stelde voor om een punctie van een van de klieren te nemen. Hierbij wordt met een naald een klein stukje van de klier weggehaald om vervolgens te onderzoeken of er kwaadaardige cellen aanwezig zijn. Dit was gelukkig niet het geval. Ik hoefde me geen zorgen te maken. Ik kreeg de keuze of ik de volledige klier operatief wilde laten verwijderen zodat deze nader onderzocht kon worden. De kans dat er iets uit zou komen was nihil, zo zei de chirurg. Ik heb daarom besloten om dat niet te laten doen. Ik had net een leuke baan aangeboden gekregen. Ik werkte 2 dagen op kantoor van een horeca uitzendbureau en had het prima naar mijn zin. Ondanks de vermoeidheid kon ik het goed volhouden. Het enige probleem was dat we ook wel eens zelf aanwezig moesten zijn bij grote evenementen zoals de TT in Assen. Dan moesten we om 5 uur ’s morgens vertrekken om vervolgens om 19.00 uur weer thuis te komen. Ik vond dit fantastisch om te doen maar deze dagen waren voor mij slopend. Ik was regelmatig ziek. Na een half jaar werd het contract niet verlengd omdat mijn collega’s niet voldoende op mij konden rekenen, en dat is heel begrijpelijk. Nog een jaar ging voorbij. Ik begon te kwakkelen met mijn gezondheid. De ene griep volgde de andere op en op den duur leek het of de griep helemaal niet meer weg ging. De huisarts schrok ervan dat ik inmiddels anderhalf jaar met gezwollen lymfeklieren rondliep. Ik moest me weer melden bij de internist. Er werd voorgesteld om toch een biopsie te doen en de volledige klier weg te laten halen om te kunnen onderzoeken op eventuele aanwezigheid van kwaadaardige cellen. Er werd op korte termijn een operatie gepland en vol spanning wachtte ik de uitslag af. De angst voor lymfeklierkanker was groot. De klier bleek wel afwijkende cellen te hebben maar deze waren gelukkig niet kwaadaardig. Ik hoefde me geen zorgen te maken. Maar er bleven steeds nieuwe gezwollen klieren bij komen. Op den duur had ik er minstens 15 in mijn hals, nek en oksels. En ik was inmiddels zo moe dat ik soms niet eens wakker kon blijven. Volgens de huisarts was ik overspannen en liep het me allemaal over de schoenen. Ik moest maar eens naar de psycholoog gaan. Ik had wel een overspannen gevoel maar ik kon niet plaatsten waar het vandaan kwam. Ik had sinds enkele maanden net weer een nieuwe baan, dit keer op een callcenter van een grote bank. Niet echt mijn droombaan maar ik had het wel naar mijn zin en het was erg goed te combineren met mijn gezin. Ik was inmiddels al enkele weken ziek thuis en omdat ik niet kon aangeven op wat voor termijn ik terug kon komen hebben we gezamenlijk besloten dat het het beste was om het dienstverband voorlopig te beëindigen, zodat iemand anders mijn plek kon opvullen. Weer een baan kwijt door die ellendige vermoeidheid. Ik was boos op mezelf en op mijn lichaam. Ik heb, om het advies van de huisarts toch maar op te volgen, een eerstelijns psycholoog in de buurt gebeld maar zij zei dat zij niets voor mij kon betekenen voordat er op medisch gebied uitsluitsel was. Daar schoot ik dus niets mee op. Ik werd gefrustreerd. Ik wist niet wat er met me aan de hand was, alleen dat er iets gigantisch mis was en dat het steeds erger werd.  Op een zondag, eind april 2009, belde mijn man de huisartsenpost omdat hij het niet vertrouwde. Ik sliep zo veel en viel soms zelfs weg. De huisartsenpost kon ons niet helpen omdat het geen spoed was. Hij heeft me toen in de auto gezet en naar de eerste hulp van het ziekenhuis gebracht omdat ik steeds wegviel. Daar is o.a. bloed onderzocht maar er was niets afwijkends. Met een slaappil werd ik weer naar huis gestuurd, ik moest maar eens goed gaan bijslapen. Deze actie heeft er gelukkig wel toe geleid dat er via de internist op korte termijn een scan werd geregeld en een bezoek aan de medisch psycholoog. De internist wilde beide kanten onderzoeken, zowel de lichamelijke klachten als de psychische. Dat was prettig en ook nodig want psychisch ging het ook niet echt lekker. Ik kreeg steeds vaker een depressief gevoel, was bang dat ik iets ernstigs zou hebben en ik liep ertegen aan dat mensen in mijn omgeving mijn klachten niet serieus namen. Dat hoort erbij als moeder, werd er gezegd. Dat heb je als je kleine kinderen hebt. Dat ik zelfs af en toe niet eens het kleine stukje naar school kon lopen om onze dochter te brengen werd over het hoofd gezien. Mijn sociale leven was ook niets meer. Ik ging alle verjaardagen, feestjes en visites uit de weg omdat ik het niet trok. De medisch psycholoog zei meteen tijdens het eerste consult dat ze dacht dat de klachten lichamelijk waren maar dat ik door langdurige oververmoeidheid nu ook psychische klachten kreeg. Dat hoort erbij en is zelfs vrijwel onvermijdelijk. Ik heb veel gehad aan de consulten bij haar omdat ik eindelijk iemand had getroffen die begreep hoe ik me voelde. Ik was niet overspannen en het was fijn dat een professional dat ook concludeerde en bovendien communiceerde aan de internist en huisarts. Het zat in ieder geval niet tussen de oren.

Ik heb in deze moeilijke periode veel steun gehad van mijn man. Hij kon vaak wat later beginnen op zijn werk en was op tijd weer thuis. Hij deed het hele huishouden, de boodschappen, de was; alles. Ik voelde me slechter en slechter en had inmiddels last van benauwdheid, duizeligheid en spierpijn. Er was inmiddels een PET-scan gepland maar dat zou nog een aantal weken duren. Ik wilde niet zolang wachten, ik wilde actie ondernemen en vooral beter worden. Ik ben opgegroeid met alternatieve geneeswijzen en wilde ook het alternatieve pad gaan bewandelen. Ik begon bij een natuurgenezer/iriscopist. Deze zei onmiddellijk dat ik teveel afvalstoffen in mijn lichaam had en dat ik moest ontgiften. Ik kreeg homeopathische middelen mee en moest 2 weken later terugkomen. De situatie was wel iets verbeterd maar niet genoeg. Hij zei dat hij mij zelf niet kon helpen,dat de klachten te erg waren om  homeopathisch op te kunnen lossen. Hij verwees mij door naar een bioresonantietherapeut  omdat deze wellicht de oorzaak van de problemen kon achterhalen. Vanuit mijn omgeving kende ik al mensen die goede ervaringen hadden met bioresonantie.

Met bioresonantie wordt er via geavanceerde apparatuur trillingen in het lichaam gemeten. Alle organen en systemen in het lichaam hebben een eigen trillingsfrequentie. Er wordt onderscheid gemaakt in gezonde trillingen, afwezigheid van trillingen of een verzwakte vorm van trillingen die duiden op ziekte of disbalans in het lichaam. Vlak voor het eerste bezoek aan de bioresonantieterapeut kreeg ik de uitslag van de PET-scan. Er was gelukkig niets gevonden. Dit betekende dat er geen ziekteactiviteit was in de lymfeklieren en zeker geen kanker. Dat was een enorme opluchting. Er kon echter niet worden aangegeven wat de zwelling van de klieren en de vele vage klachten die ik had veroorzaakte. De boosdoener was waarschijnlijk de destijds verwaarloosde ziekte van Pfeiffer waardoor het lymfesysteem overbelast was. Ik moest geduld hebben en me geen zorgen maken. Het zou vanzelf overgaan. Maar daar nam ik geen genoegen mee. Mijn geduld was zo langzamerhand op.

Ik vestigde al mijn hoop op de bioresonantietherapeut. Bij het eerste consult bleek dat er van alles mis was in mijn lichaam. Het belangrijkste was een chemische belasting die werd gevonden met de apparatuur. Ik had inderdaad te veel afvalstoffen in mijn lichaam. Deze afvalstoffen bestonden o.a. uit bestrijdingsmiddelen en chemische stoffen die in cosmetische producten zitten. Normaal gesproken voert je lichaam deze stoffen gewoon af maar omdat mijn lymfesysteem niet goed werkte kon deze het afvoeren van de afvalstoffen niet meer aan. Als dit gebeurt worden de afvalstoffen in het lichaam opgeslagen en daardoor word je ziek. Tot zover zat ze op een lijn met de natuurgenezer en de internist. Gelukkig stuurde ze mij niet naar huis met de mededeling dat het vanzelf over zou gaan. Ze was er van overtuigd dat ze me kon helpen. De eerste stap was het activeren van het lymfesysteem en het afvoeren van de afvalstoffen door middel van bioresonantie therapie. Ik moest ontgiften. Naast de behandeling moest ik heel veel drinken en ik kreeg de tip om chlorella te gaan gebruiken. Dit is een natuurlijk middel wat een bepaalde alg bevat die je lichaam helpt om te ontgiften. Toen dit proces na een paar behandelingen zijn vruchten begon af te werpen werd er verder gekeken. Er moest een oorzaak zijn voor dit probleem. De boosdoener bleek uiteindelijk een glutenallergie te zijn. Dit houdt in dat je allergisch bent voor een bepaald eiwit wat voorkomt in tarwe, haver, gerst, rogge en spelt. Gluten komen voor in heel veel producten, ook in sauzen, soepen en snoep. In eerste instantie geloofde ik niet dat dit de oorzaak van alle ellende was. Ik dacht dat ik dan meer klachten zou hebben gehad. Andere klachten, zoals buikpijn en darmklachten. Een speurtocht op internet leverde echter veel herkenning op van de voorkomende klachten. Ook kwam ik tegen dat bij een langdurig onbehandelde glutenallergie of intolerantie problemen aan het lymfestelsel kunnen ontstaan. Ik besloot het erop te wagen en ben glutenvrije producten gaan gebruiken. Baat het niet, dan schaadt het niet, dacht ik. Geen gewoon brood meer, geen koekjes, geen pasta. Het was niet gemakkelijk en glutenvrije producten zijn behoorlijk prijzig maar het was de moeite waard. Na 2 weken begon ik me fitter te voelen en na 4 weken kwam er een moment dat ik dacht; hee, ik ben niet moe! Dat was een vreemde gewaarwording want ik was al bijna 2,5 jaar moe. Er waren 3 behandelingen nodig om de glutenallergie te genezen. Ik ben in totaal 10 keer bij de bioresonantietherapeut geweest en ik voel me zoveel beter dan het afgelopen jaar. Als ik ’s morgens wakker wordt dan ben ik klaar voor een nieuwe dag. Ik ga niet meer zo vroeg naar bed en als ik een keer erg moe ben dan ben ik met een keer uitslapen weer bij. Inmiddels eet ik weer gewoon brood en ik blijf me goed voelen. De zwellingen in de lymfeklieren zijn weer weggetrokken. Ik vind het ongelooflijk dat er maanden van bezoeken aan huisarts en internist zijn geweest en dat ik uiteindelijk naar huis werd gestuurd met de mededeling dat het vanzelf over zou gaan. En dan te bedenken dat een alternatieve genezer in een aantal behandelingen niet alleen achter de oorzaak komt van alle ellende komt maar deze bovendien kan oplossen. Het zou fijn zijn als de reguliere en de alternatieve geneeswijzen meer gaan samenwerken. Er zijn zoveel mensen met vage klachten die hierbij gebaat zouden zijn. Ik hoop dat mijn verhaal ertoe kan bijdragen dat mensen verder gaan kijken dan de reguliere geneeswijzen. Er is zoveel mogelijk in de wereld van de alternatieve geneeswijzen. Er wordt altijd geroepen dat er veel kwakzalvers zijn maar datzelfde geldt voor de reguliere geneeswijzen. Er zijn ook genoeg huisartsen die de plank volledig misslaan en mensen onnodig lang met klachten laten rondlopen. Als je in je omgeving informeert en kijkt of een alternatief arts aangesloten is bij een beroepsvereniging dan is de kans klein dat je bij een ‘kwakzalver’ terecht komt. Ik heb in het afgelopen jaar veel geleerd over gezond en bewust leven door me te verdiepen in alternatieve manieren om beter te worden. Ik eet gezonder, beweeg meer en geniet bewuster. Elke dag opnieuw.